Posts tonen met het label onroerend goed. Alle posts tonen
Posts tonen met het label onroerend goed. Alle posts tonen
woensdag 10 juni 2009
Constructie BTW en Onroerend goed
Er wordt heel wat af geconstrueerd rondom de verplichtingen die ontstaan bij de bouw en het gebruik van onroerend goed. Die 'constructies' betreffen dan de verplichtingen voor de BTW en de Overdrachtsbelasting. Bij velen in de adviespraktijk bestaat niettemin de gedachte dat dit niet meer zou kunnen. Bij veel collega's leeft ook de gedachte dat je het niet zou moeten willen. Constructie is dan eigenlijk een woord waaruit je zou kunnen afleiden dat je op het verkeerde spoor zit. Het zou niet meer kunnen, omdat het Hof van Justitie er een stokje voor heeft gestoken met een aantal uitspraken waarvan Halifax de bekendste is. Ik denk daar heel anders over. Het kan en het moet! Om met dat laatste te beginnen moet het niet, omdat we anti-fiscaal zijn. Het moet, omdat de wetgever de wet zo in elkaar heeft gezet. Op veel plaatsen in de wetsgeschiedenis vind je deze afweging terug. De wetten zijn gecompliceerd op dit punt en het is aan belastingplichtige om daarin de voor hem meest gunstige weg te vinden. Het systeem waarin de Wet OB en die van de Belastingen Rechtsverkeer de belangrijkste rollen spelen, veronderstelt veel keuzes van belastingplichtigen. Die keuzes moet je dus maken en je moet ze maken op een manier die jou als belastingplichtige het beste past. Dat wil de wetgever en het past bij het evenwicht tussen de belangen van de wetgever en de samenleving enerzijds en het betrokkken individu anderzijds. Kortom, u zult uw cliënten moeten begeleiden in de mogelijkheden die er zijn. Dat betreft dus ook mogelijkheden die feitelijk 'construeerbaar' zijn. Dat betekent immers niet anders dan dat je er vooraf over hebt nagedacht voordat je gaat bouwen en gebruiken. Het moet en het kan. Onlangs heeft één van onze Gerechtshoven nog de bedoeling van een adviseur geaccordeerd in een feitelijke situatie die je als 'constructie' zou kunnen aanduiden. Voor één stukje op dit blog te veel, vandaar dat ik de komende tijd vooral veel aandacht aan BTW en Onroerend goed ga besteden. In vrijwel elke situatie met onroerend goed kan een adviseur voor zijn klant geld verdienen. De eerste lezing na de zomer in september gaat erover en voor die tijd ga ik een aantal dingen uitleggen op dit blog. Ook constructies. Vanzelfsprekend alleen die wettelijk juist zijn...
donderdag 7 mei 2009
Vermogensetikettering in de BTW
Er zijn toch veel leuke onderwerpen om te behandelen bij de lezing over onroerend goed. En deze komt ook aan de orde bij de lezing over formaliteiten in de BTW (in juni). Om met die laatste te beginnen: om alle BTW op bijvoorbeeld een woning af te kunnen trekken bij gemengd gebruik van die woning (privé én zakelijk), moet je in de administratie van de ondernemer de vermogensetikettering vastleggen. Er moet dus ergens in de administratie een stuk zijn waarop staat dat er voor is gekozen de woning deel te laten uitmaken van het vermogen van de onderneming voor de heffing van BTW. Een formaliteitje dat vaak wordt gemist en waarvan al jurisprudentie is, dat dan de BTW niet aftrekbaar is.... Ik heb het dan over een situatie die inmiddels bekend staat als CCT. Een ondernemer voor de BTW bouwt een woning en mag, bij gemengd gebruik van de woning, de BTW aftrekken. Voor het privédeel volgen correcties. Dit betekent dat een ondernemer goedkoper uit is met zijn nieuwe woning dan een niet-ondernemer. Het Hof van Justitie van de EU vindt dit niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Een belastingplichtige voor de BTW heeft nu eenmaal een andere positie dan een niet-belastingplichtige.
Labels:
onroerend goed,
vermogensetikettering
Onroerend goed puzzle
De meeste mensen weten wel dat het aandacht vraagt hoe BTW en Overdrachtsbelasting zich met elkaar verhouden bij een onroerend goed transactie. Ik durf de stelling wel aan dat het altijd fiscaal aantrekkelijker wordt als de puzzle goed wordt gemaakt. Er zijn heel veel elementen waarmee rekening gehouden dient te worden. Daar is weer een nieuw elementje bij. De vrijstelling Overdrachtsbelasting voor de verkrijging van monumenten geldt vogens Hof Den Haag ook voor natuurlijke personen. Dit, vanwege de werking van het gelijkheidsbeginsel. Een heel vergaand gevolg van dit beginsel. Met monumenten is het altijd extra oppassen. Er zal niet snel sprake zijn van vervaardiging, ook al wijzigt de bestemming. Zo zijn er nog wel meer opmerkelijkheden bij monumenten, die de uitslag van de puzzle beter kunnen maken (of slechter...).
dinsdag 5 mei 2009
Tijd voor verordening?
De BTW regelgeving wordt volledig beheerst door de BTW Richtlijn van de EU. Daarnaast zijn er ook verordeningen op deelonderwerpen. Het werken met de Richtlijn kan in de praktijk heel lastig zijn, omdat een richtlijn een aanwijzing is voor een wetgever van een lidstaat. Door bepaalde manieren van interpreteren en doordat de Richtlijn voor belastingplichtigen 'directe werking' heeft, is de invloed echter veel groter. Naar mijn gevoel maakt deze gang van zaken dat sommige delen van de wetgeving voor de BTW volkomen onnodig zeer gecompliceerd zijn geworden. Zo meent de Belastingdienst op het moment dat verhuur geen verhuur is in de zin van de BTW als er diensten aan worden toegevoegd. Een onderwerp waar ik nog op terug kom. Ik behandel het ook in de onroerend goed lezing van september. In beginsel kun je vrij makkelijk afgrenzen wanneer verhuur vrijgesteld zou moeten zijn. Het wordt nu moeilijk, omdat we een Nederlandse wet hebben, die gebaseerd is op civiel recht en we hebben een Richtlijn met een interpretatie van het Hof van Justitie. Al die regels bij elkaar worden verschillend geïnterpreteerd en je hebt onnodige verwarring. Met een verordening zou deze verwarring zich niet voordoen. Vandaar mijn vraag of het niet tijd is voor een verordening op het gebied van de BTW. Ik kwam hierop toen ik las dat er prejudiciële vragen zijn gesteld of iets een levering of een dienst is.....
woensdag 29 april 2009
Rechter geeft wetgever een standje
In een procedure over de toepassing van artikel 12a van de Wet OB, heeft het Hof Den Haag overwogen dat de wetgever duidelijker had moeten zijn. De tekst van het artikel dekt het doel en de strekking niet. Het Hof stelt vast dat op basis van het artikel de belasting kan worden nageheven die in rekening is gebracht ter zake van de levering aan diegene aan wie de aanslag is opgelegd (de koper) en niet de belasting die verschuldigd is door herziening. Dit blijkt volgens het Hof zonneklaar uit de tekst van het artikel. De rechtszekerheid laat dan niet toe de bedoeling van de tekst te laten doorwegen. Het gevolg is dat de aanslag vervalt. Het gevolg is eigenlijk ook dat artikel 12a niet meer aan de bedoeling van de wetgever kan voldoen. Het artikel is in de wet gekomen, omdat mededelingen van de koper bij de levering van onroerend goed de gevolgen bij de verkoper kunnen bepalen. Als een levering belast is, omdat de koper het pand zegt te gaan gebruiken voor belaste prestaties en dat niet doet, dan waren de gevolgen voor de verkoper. Met het genoemde artikel was het de bedoeling de gevolgen bij de koper te leggen. Dat is naar nu blijkt niet gelukt. Tenminste, als de uitspraak van het Hof later wordt bevestigd door de Hoge Raad. Ik neem aan dat de wetgever dit snel zal herstellen, omdat er anders een deur wagenwijd lijkt open te staan. Immers, waar moet de Belastingdienst nu de belasting naheffen die is bedoeld in artikel 12a? Ik was toch al van plan dit artikel te bespreken in de onroerend goed lezing van september en ga dat nu zeker doen!
maandag 27 april 2009
Onroerend goed en BTW; voor de liefhebbers
Voor de liefhebbers van dit onderwerp, is er vandaag een Conclusie gepubliceerd van AG Van Hilten van de Hoge Raad. Een ondernemer laat in loods verbouwen om er zelf tijdelijk in te wonen. Wel aftrek, geen heffing concludeert de AG. Het is volkomen logisch, maar tot aan deze conclusie waren de uitspraken anders. Het geeft aan hoe gecompliceerd het onderwerp onroerend goed en BTW tegenwoordig kan zijn. De BTW op de verbouwing is aftrekbaar, omdat er belaste prestaties mee worden verricht, namelijk 'interne diensten', ofwel diensten aan de ondernemer zelf. Dat daar toen nog geen heffing voor bestond in Nederland doet aan die conclusie niet af. Overigens zou het met die heffing nog tot een gunstig resultaat hebben geleid. De verbouwde loods is 23 maanden voor privé gebruikt. De heffing over die interne dienst zou ongetwijfeld aanzienlijk minder zijn geweest, dan de BTW op de verbouwing. Iedereen weet nog dat uit uitspraken van het Hof van Justitie van de EU (Charles Tijmens is de bekendste) bleek, dat alle BTW aftrekbaar is op elk aangeschafte goed dat mede voor de onderneming wordt gebruikt en tot het vermogen van die onderneming voor de BTW wordt gerekend. Toch zijn niet alle gevolgen van die uitspraak en de wijzigingen van de regelingen daarna, altijd duidelijk in elke casus. Dit, terwijl ze toch vaak gunstig uitpakken voor een ondernemer. Dit zijn dingen waaraan ik aandacht besteed bij de lezing die heb gepland over dit onderwerp.
Abonneren op:
Posts (Atom)