donderdag 22 juli 2010
Plaats van dienst; een onderzoek
Onlangs zijn de resultaten van een onderzoek gepubliceerd. Het onderzoek werd uitgevoerd naar de nieuwe regeling voor de plaats van dienst in de BTW. Nagegaan werd hoe de regeling uitpakt in de praktijk. Zelfs als we uitgaan van onze bange vermoedens dat het veel beter zou kunnen, is de uitslag ontluisterend. Een paar van de belangrijkste conclusies zijn de volgende. De regeling is in de praktijk niet eenvoudiger, omdat de lidstaten de regeling verschillend interpreteren. Een andere conclusie is dat sommige regels in de praktijk niet uitvoerbaar zijn. Het zijn nogal conclusies. Het eerste is heel bijzonder, omdat dit soort regelingen nu juist bedoeld zijn om de lidstaten op een lijn te krijgen. Bij de volgende lezing zullen we de verschillen in interpretatie tussen de lidstaten behandelen en vooral hoe er mee om te gaan. Daaruit blijkt onder meer dat veel verschillen ontstaan door opportunisme van de Belastingdiensten. De wens het werkbaar te houden voor ondernemers leeft onvoldoende. Dat regels niet uitvoerbaar zijn is helemaal te gek. We hebben in eerdere lezingen aangegeven dat de verandering van verschuldigdheid van BTW naar het moment van de prestatie onuitvoerbaar is. Dat bevestigt de uitslag van dit onderzoek. We kunnen het allemaal niet leuker maken, maar zullen u bij de volgende lezing uitleggen hoe u er mee kunt omgaan.
dinsdag 6 juli 2010
Plaats van dienst
Inmiddels werken we allemaal een half jaar met de nieuwe regeling voor de plaats van dienst in de BTW. Vandaar dat de kinderziektes ook in beeld zijn. Dat zijn er nog heel wat. De lidstaten doen vrij veel dingen aanzienlijk verschillend. Dat levert veel onduidelijkheden op. Ook is gebleken dat de administratieve verplichtingen niet altijd eenvoudig zijn. We hebben om die reden besloten om de problematiek opnieuw te behandelen in een lezing. Die lezing houden we in september. In de zomer zijn er geen lezingen. In de lezing van september komt heel veel aan de orde, dat we de komende weken zullen aankondigen in het weblog. Denk aan administratieve verplichtingen, verschillende interpretaties in verschillende lidstaten, de invulling van de regeling door de Europese Commissie, etc.
maandag 21 juni 2010
De AG van de Hoge Raad vindt de 3-3-b niet strijdig met Richtlijn
Het Gerechtshof in Den Haag vond vorig jaar dat de integratieheffing in de BTW strijdig is met de Richtlijn. We hebben daar vorig jaar in een lezing over Onroerende Zaken en BTW aandacht aan besteed. De integratieheffing stond vroeger in art. 3, lid 1, letter h van de wet. Toen werd de levering dan ook 3-1-h-levering genoemd. Als deze heffing zou vervallen, dan zou de heffing van BTW bij onroerende zaken voor vrijgesteld presterende ondernemers er opeens heel anders uit zien. De heffing over bepaalde onderdelen van de kostprijs zou dan vermeden kunnen worden. Inmiddels heeft de AG geconcludeerd. Zij vindt dat de heffing mag blijven. We wachten met belangstelling de uitspraak van de Hoge Raad af. Zorgt u in de tussentijd dat u in voorkomende gevallen een bezwaarschrift uitbrengt tegen de betaling van de eigen aangifte!
dinsdag 1 juni 2010
Een ideaal acquisitiemoment!
In uw regio wordt iets gerealiseerd in de sociaal culturele sfeer. Een dorpshuis, bijvoorbeeld, of de sportvereniging bouwt een nieuwe kantine. Misschien wordt het plein opgeknapt met een mooi prieel voor de muziekverenigingen en de avondvierdaagse. Op zulke momenten bemoeit iedereen er zich mee. Er zijn verenigingen bij betrokken en bestuurders van die verenigingen. De gemeente is er altijd bij betrokken. De bank, misschien. Kortom, iedereen die er toe doet, is er even bij betrokken. Dat zijn ideale acquisitiemomenten voor elke regionaal opererende accountant of adviseur. Alhoewel er niet veel declarabels voorbij zal komen, is er geen beter moment om het kantoor te profileren. Bedenk dat het dan altijd gaat om BTW. Wellicht moet er even gekeken worden naar winst en misschien zijn er ook mensen in dienst, maar het gaat vooral om de BTW. Als de feiten in zo'n situatie de juiste aandacht krijgen, kan het eindresultaat voor de BTW wel eens helemaal anders worden. Budgetten passen beter en de Belastingdienst betaalt mee in de vorm van verrekenbare voorbelasting. Wat is er leuker dan op zo'n moment te kunnen scoren? Daarover gaat de volgende lezing. Hoe maak je een zo mooi mogelijke puzzle in een dergelijke situatie? Wanneer is een subsidie een vergoeding en wat zijn daarvan de gevolgen? En sponsoring? En ledenbijdragen? Welke keuzemogelijkheden zijn er en hoe ga je daar mee om? Er is echt meer mogelijk dan u denkt!
dinsdag 25 mei 2010
Meer omzet met meer BTW-advisering!
Er is een verhouding tussen de omzet die een kantoor maakt in adviesuren per belastingsoort. In Nederland zijn we gewend dat de meeste uren worden gemaakt op winstbelastingen. Bij de grote kantoren is de verhouding dat er ongeveer 10 maal meer omzet wordt gemaakt op winstbelastingen dan op de BTW. Zeg maar: Directe en indirecte belastingen. Dat geldt voor de grote kantoren die ook een stevige bezetting hebben op de BTW afdelingen. Hoe kleiner een kantoor wordt, hoe groter het verschil wordt. Bij sommige regionale kantoren wordt de BTW er bij gedaan. Er is wel iemand voor aangewezen, maar die doet ook andere dingen. Het ligt voor de hand dat de verhouding dan anders wordt. Zo blijft er erg veel omzet liggen op BTW advieswerk. Bedenk dat in andere lidstaten van de EU waar in grote lijnen dezelfde BTW regels gelden, de verhoudingen heel anders zijn. In sommige lidstaten benaderen de omzetten elkaar aardig. Als je kijkt naar de opbrengsten van belastingen, is meer aandacht voor de BTW ook niet zo onlogisch. Het belangeijkste wat mij betreft als het gaat om BTW advieswerk, is het volgende. Heel vaak wordt het eindresultaat voor een klant beter, als er meer aandacht is voor de BTW. De afgelopen lezing ging over verenigingen en stichtingen. Daarvoor geldt dat zeker. De volgende lezing gaat over subsidies, ledenbijdragen, sponorgelden en dergelijke ('bijzondere geldstromen'). Juist omdat bij de beoordeling van deze geldstromen niet alles onmiddellijk helemaal duidelijk is, is hier ook weer heel veel mogelijk. Bijzondere organisaties met bijzondere geldstromen, zoals verenigingen en stichtingen, zijn de beste klanten voor de BTW. U kunt de omzet van uw kantoor eenvoudig laten stijgen met veel enthousiasme van uw klanten als u meer aandacht besteedt aan de BTW.
dinsdag 18 mei 2010
Het ABC van de (vereenvoudige!) ABC Levering
We hebben het dan over intracommunautaire transacties of ICT's. Als de goederen direct feitelijk worden geleverd door A aan C, terwijl B de koper is van A, dan spreken we over een ABC transactie. A levert aan B, die levert aan C, terwijl de goederen direct naar C worden vervoerd door A. Dit zijn twee leveringen voor de BTW, waarvan er altijd maar één als ICT kan worden beschouwd. Dit betekent dat er in één van de twee leveringen de eenvoudige regels van een ICT kunnen worden toegepast met toepassing van het 0% tarief en in de andere levering van de twee altijd BTW moet worden berekend van één van de betrokken landen. Dat kan behoorlijk lastig zijn, vandaar dat er een eenvoudiger methodiek bestaat, die van de vereenvoudigde ABC. Dit mag alleen in bepaalde feitencomplexen. Eén van de voorwaarden is dat A, B en C in drie verschillende EU lidstaten gevestigd moeten zijn. Het Hof van Justie EG heeft zich onlangs uitgesproken over de vereenvoudigde ABC. Een nogal opmerkelijke uitspraak, omdat de eenvoud er nu wel af is... Bij de toepassing van de vereenvoudigde ABC kan voor beide leveringen het 0% tarief worden toegepast. Het Hof lijkt nu te hebben uitgesproken dat B moet aantonen dat C een verwerving heeft aangegeven om het 0% tarief te mogen toepassen. Daar is niemand tot nu toe in de praktijk nog vanuit gegaan. Ik schrijf dat het líjkt dat het Hof dit heeft uitgesproken, omdat het ook nog mogelijk is dat bedoeld is dat C 'onderworpen' moet zijn aan de heffing, wat nog wat anders is dan dat de heffing aantoonbaar heeft plaats gehad. De hierbij behorende fiscale techniek voert te ver om hier te behandelen. Als er meer duidelijkheid is over hetgeen het Hof heeft uitgesproken, kom ik er op terug. Tot die tijd is het erg oppassen met de toepassing van de vereenvoudigde ABC levering!!
vrijdag 7 mei 2010
Vrijgestelde ondernemers of vrijgestelde prestaties
Voor de meeste vrijstellingen in de BTW geldt, dat een specifiek benoemde handeling wordt vrijgesteld van de heffing. Het gevolg is dan dat geen BTW wordt berekend en dat geen BTW wordt afgetrokken, die relateerbaar is aan de vrijgestelde prestatie. Het komt veel voor dat een ondernemer uitsluitend vrijgestelde prestaties verricht. Ik wees er eerder al op dat het dan toch om een ondernemer gaat, wat soms opppassen is. Verder is het van belang om vast te stellen dat zo'n ondernemer alleen dan uitsluitend vrijgestelde prestaties verricht, als alle prestaties in de vrijstelling passen. Een recente uitspraak van een Hof over een ziekenhuis, kan hier als illustratie dienen. Het ging om de administratieve verwerking van de handelingen van aan het ziekenhuis verbonden chirurgen. Het Hof spreekt uit dat administratie tegen vergoeding ten behoeve van de chirurgen niet is vrijgesteld. Het gaat niet om iets dat behoort tot de verzorging van zieke mensen. Zo kan het ook bij andere 'vrijgestelde ondernemers' voorkomen dat zij activiteiten hebben die helemaal niet zijn vrijgesteld, al lijkt het wel zo op het eerste gezicht. Veel ontwikkelingen spelen daar een rol. Bijvoorbeeld de ontwikkeling om backoffice activiteiten uit te besteden of te concentreren. Ook de ontwikkeling in het fiscale recht speelt een rol, dat vrijstellingen waarschijnlijk vaak beperkter moeten worden uitgelegd dan wij doen in Nederland. Kortom, het is oppassen met vrijstellingen in de BTW. De klanten die u heeft die vrijstellingen toepassen, zijn wel uw meest interessante voor de BTW!
Abonneren op:
Posts (Atom)